Laboratorium voor grond-, gewas- en milieuonderzoek.
Welkom   Nieuws   Paardenwei   Contact   Grondonderzoek   Milieu onderzoek   Handleidingen   Bladstelen onderzoek   

In dit hoofdstuk staan de wettelijke grondbemonsteringen beschreven en de handleiding voor zelf grondmonsters nemen.

Wettelijke grondbemonsteringen

Derogatie:

Doel: Veehouders kunnen meer dierlijke mest per ha uitrijden (250 kg N in plaats van 170 kg N per ha)

Analysepakket: Pw, P-Al en NLV (pakket (AG1 en AB1), monstername door een bevoegd persoon, dus niet door de boer zelf.

Wetgeving: grondmonsters zijn maximaal 4 jaar geldig op basis van analysedatum 1 februari.

Bemonstering: volgens de 5 ha-methode of gestratificeerd, bij percelen kleiner dan 5 ha of 1 grondmonster volgens de gestratificeerde methode

Opmerking: niet alle veehouders doen mee met Derogatie, de meerderheid wel. Wie meedoet met derogatie dient om de 4 jaar grondmonsters te nemen.

Fosfaatdifferentiatie:


Doel: bemonstering is vrijwillig, wordt er niet bemonsterd op fosfaat dan valt het perceel automatisch in de klasse met de laagste fosfaatgebruiksnorm.

Analysepakket: Pw en P-Al (pakket AG0 en AB0), monstername door een bevoegd persoon, dus niet door de boer zelf.

Wetgeving: grondmonsters zijn maximaal 4 jaar geldig op basis van datum bemonstering per 15 mei

Opmerking: Een veehouder die niet meedoet met derogatie kan wel meedoen met fosfaatdifferentiatie. Ofschoon de bemonsteringsdatum officieel voor 15 mei hoort te liggen willen de meeste boeren uiterlijk in de maand februari of maart de bemonstering, omdat zij in maart de (fosfaat)kunstmest willen gaan strooien.
Als een veehouder met Derogatie meedoet geldt dat tevens voor de Fosfaatdifferentiatie. Omgekeerd geldt dit niet, het analysepakket van fosfaatdifferentiatie mist namelijk NLV.

Fosfaatreparatie:

Doel: in het geval van zeer lage fosfaattoestanden bestaat de mogelijkheid tot fosfaatreparatie

Analysepakket: Pw en P-Al (pakket AG0 en AB0), monstername door een bevoegd persoon, dus niet door de boer zelf.

Wetgeving: grondmonsters zijn maximaal 4 jaar geldig op basis van bemonstering per 15 mei.

Opmerking: Een veehouder die niet meedoet met Derogatie kan wel meedoen met de fosfaatreparatie. Ofschoon de bemonsteringsdatum officieel voor 15 mei dient te liggen, willen de meeste boeren de bemonstering in de maand februari en maart uitvoeren omdat zij in maart de (fosfaat)kunstmest willen strooien.

Monsternameprotocol: Bemonstering volgens de gestratificeerde methode, de 5 ha methode is niet toegestaan.


Handleiding voor zelf grondmonsters nemen



Deze handleiding is bruikbaar voor:

• akkerbouw
• tuinbouw
• boomteelt
• fruitteelt
• groentetuin
• siertuin
• grasland
• paardenwei
• schapenwei
• sportveld
• gazon
- golfterrein

Bemonsteringsdiepte algemeen grondonderzoek
(akkerbouw, tuinbouw, boomteelt, fruitteelt,groentetuin, siertuin.)
- 25 à 30 cm diepte, 30 steken
(grasland, paardenwei, sportvelden, gazon en golfterreinen.)
- 5 à 10 cm diepte, 30 steken

Bemonsteringsdiepte stikstofonderzoek
Hoe diep u moet steken is afhankelijk van de bewortelingsdiepte van het gewas. Grofweg kun je zeggen bewortelingsdiepte is steekdiepte. Op de monsterzakken staat een tabel met steekdieptes.

Bemonsteringsdiepte aaltjesonderzoek
- 25 à 30 cm diepte, 60 steken

Hoe kiest u de juiste perceelsgrootte voor een grondmonsters?

De standaardprocedure is één monster per 2 ha. Heeft u een groter perceel en u besluit één monster te nemen, zoek dan een representatief stuk uit dit perceel ter grootte van 2 ha. Als het perceel egaal is wat betreft profielopbouw, voorvrucht en grondbewerking worden monsters gestoken van het gehele perceel. Wendakkers en afwijkende plekken niet bemonsteren.

Loop zigzag (in 5 slagen) over het te monsteren perceel, of kruislings.


Algemeen grondonderzoek

De juiste periode om grondmonsters te steken

In deze paragraaf bespreken we wat de optimale periode is om grondmonsters te steken. En welke fluctuaties er in de bodem kunnen optreden als gevolg van weers- en seizoensinvloeden.


Dierlijke mest:
De periode tussen het tijdstip van toepassing van organische mest en het bemonsteringstijdstip moet minimaal 6 weken zijn.

Aantal steken en steekdiepte: 25 à 30 cm diepte, 30 steken
Frequentie: 1 maal per bouwplancyclus (b.v. 1 maal per 4 jaar)
Periode: Na de oogst van de graanteelt (augustus of septemer). Of na de oogst van het gewas waarop de minstre P of K bemesting is uitgevoerd. Maak en gewoonte van het in een vast maand steken van grondmonsters. Op deze manier kunt u de uitslagen met elkaar vergelijken, u heeft dan niet te maken met de storende fluctuaties van de gehaltes. Seizoensinvloeden veroorzaken fluctuaties in de gehaltes.
Bijzonderheden: P en K zijn vrij sterk gebonden aan de grond. Het is afhankelijk van de grondsoort. P spoelt op kleigronden nagenoeg niet uit. K is iets mobieler. Het K gehalte kan iets verminderd zijn na natte perioden.
Let op na de teelt van een vlinderbloemig gewas gaat het Pw-getal sterk omhoog.

Stikstofonderzoek

Aantal steken en steekdiepte:
De bemonsteringsdiepte hangt af van de bewortelingsdiepte van het gewas. Het aantal steken hangt af van de bemonsteringsdiepte. Zie daarvoor de tabel.

Bemonsterings diepte
 

30

40

50

60

70

80

90

100

cm

aantal steken

30

23

18

15

13

12

11

10

steken


Frequentie: Jaarlijks

Periode:
Akkerbouwgewassen: februari en maart. (lang groeiseizoen) Niet te vroeg in het voorjaar omdat er door neerslag nog N kan uitspoelen. Maar niet te laat omdat er eind maart, al mineralisatie gaat optreden. Dit gebeurt bij een langere periode met vrij hoge temperaturen.
Tuinbouwgewassen: vlak voor de teelt. (kort groeiseizoen)

Bijzonderheden: N spoelt makkelijk uit. Na langere periodes met veel regen spoelt N naar diepere grondlagen. Het geeft veel inzicht om b.v. voor wintertarwe in 2 lagen grondmonsters te nemen. B.v. 0-30cm en 30-60 cm.
Fluctuatie in gehaltes: In de maanden mei en juni komen sterk fluctuerende gehaltes voor. Door het opnemen en afgeven van stikstof door het bodemleven.


Aaltjesonderzoek

Bemonstering: Voor bemonstering voor het aaltjesonderzoek wordt een maximale oppervlakte van 2 ha per monster aangehouden. De bemonsteringsdiepte bedraagt 25 à 30 cm . De bouwvoor dient hierbij systematisch bemonsterd. Per monster 60 steken.
Bemonsteringstijdstip: Van herfst tot en met april in het jaar voorafgaande aan de teelt van het meest aaltjesgevoelige gewas gewas.


Behandeling van de grondmonster

Vervoer/verstuur U kunt de monsters naar het laboratorium vervoeren of versturen via TPG post. U kunt de grondzakken verpakken in een doos. Dit hoeft geen dure TPG doos te zijn. Elke gebruikte doos kan volstaan. Stuur de doos naar

Groen Agro Control
Distributieweg 1
2645 EG  Delfgauw

Op het postkantoor laten frankeren met een pakketzegel tot 10 kg voor € 6,75.

Laat geen monsters voor langere tijd staan op warme plaatsen of b.v. in een warme kofferbak.

De uitslag voor N-mineraalonderzoek is binnen vier dagen in huis. Bij snelservice, via e-mail of fax kan dit al 3 dagen zijn.
De uitslag voor algemeen grondonderzoek is binnen 10 werkdagen na ontvangst van de monsters.

Eijkpunt Mookhoek 57 3293AC Mookhoek Tel. 078 673 1271 mail
Design by Onesto automatisering